Texte de Juliette Levivier et illustrations de Naomikado du livre « J’ai reçu Jésus. Chemin de Croix des enfants » (Mame éditions)

1ère STATION – 1e STATIE

Jésus est condamné à mort

Pilate (…), après avoir fait flageller Jésus, le livra pour qu’il soit crucifié. Marc 15,15

Qu’elle est belle, la douceur de Jésus devant ces gens qui veulent le tuer. Comme il est patient, comme il est serein… Il répond calmement mais qui croira qu’il est le Fils de Dieu ? On refuse de l’écouter, on l’accuse de blasphème. Mais comment aurait-il pu mal parler de Dieu, lui qui est la Parole de Dieu ?

Quand je condamne les autres, quand je les juge, c’est toi Jésus que je rejette. Seigneur Jésus, toi qui n’as jamais condamné personne, apprends-moi à aimer comme toi seul sais aimer.

Jezus is ter dood veroordeeld

Pilatus leverde Jezus uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen. Marcus 15:15

Hoe mooi is de tederheid van Jezus tegenover deze mensen die Hem willen doden. Hoe geduldig is hij, hoe sereen is hij… Hij antwoordt kalm, maar wie zal geloven dat hij de Zoon van God is? Ze weigeren naar hem te luisteren, ze beschuldigen hem van godslastering. Maar hoe kon hij, die het Woord van God is, slecht over God spreken?

Wanneer ik anderen veroordeel, wanneer ik hen terechtwijs, dan bent u het, Jezus, die ik afwijs. Heer Jezus, u die nooit iemand veroordeelde, leer mij lief te hebben zoals alleen u weet hoe lief te hebben.

2e STATION – 2e STATIE

Jésus est chargé de sa croix

Jésus, portant lui-même sa croix, sortit en direction du lieu-dit Le Calvaire. Jean 19,17

Elle est si lourde, la croix de Jésus! Elle blesse ses épaules déjà meurtries par les coups. Mais Jésus la porte lui-même, il ne fuit pas devant la souffrance. Il accepte de porter, avec sa croix, le poids de nos péchés. Il accepte de portes, avec sa croix, le poids de nos souffrances. Il accepte de porter, avec sa croix, le poids de notre salut. Il nous aime tant…

Ô Jésus, tu portes avec moi le poids des petites et grandes souffrances de ma vie. Je te prie, Seigneur, pour tous ceux qui peinent sous le poids des difficultés, des injustices et des douleurs de toutes sortes.

Jezus wordt belast met zijn kruis

Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Johannes 19:17

Het kruis van Jezus is zo zwaar! Het doet pijn aan zijn schouders, die al gekneusd zijn door de slagen. Maar Jezus zelf draagt het, hij loopt niet weg voor het lijden. Hij is bereid om, met zijn kruis, het gewicht van onze zonden te dragen. Hij is bereid om, met zijn kruis, het gewicht van ons lijden te dragen. Hij is bereid, met zijn kruis, het gewicht van onze verlossing te dragen. Hij houdt zoveel van ons…

O Jezus, u draagt met mij het gewicht van het kleine en het grote lijden van mijn leven. Ik bid tot u, Heer voor allen die lijden onder het gewicht van moeilijkheden, onrechtvaardigheden en pijn van alle aard.

3e STATION – 3e STATIE

Jésus tombe pour la première fois

Venez à moi, vous tous qui peinez sous le poids du fardeau, et moi, je vous procurerai le repos. Matthieu 11,28

C’est si lourd que Jésus, épuisé, tombe sous le poids de la croix. Humblement, il se remet debout et continue son chemin. Ce sont nos mensonges, notre orgueil, notre méchanceté qui nous font tomber. Jésus nous relève, il prend nos croix en plus de la sienne, il nous fortifie. Nous ne sommes rien sans lui.

Quand je suis découragé, quand tout est difficile, ô Jésus, donne-moi ta force. Aide-moi à me relever pour que je ne reste pas écrasé par ma tristesse.

Jezus valt voor de eerste keer

Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Mattheüs 11:28

Het is zo zwaar dat Jezus, uitgeput, bezwijkt onder het gewicht van het kruis. Nederig staat hij weer op en vervolgt zijn weg. Het zijn onze leugens, onze trots, onze boosheid die ons doen vallen. Jezus, tilt ons op, hij neemt onze kruisen op zich evenals de zijne, hij sterkt ons. We zijn niets zonder hem.

Als ik ontmoedigd ben, als alles moeilijk is, o Jezus, geef me uw kracht. Help me om weer op te staan, zodat ik niet gebroken blijf door mijn verdriet.

4e STATION – 4e STATIE

Jésus rencontre Marie, sa mère

Syméon dit à Marie: « Voici que cet enfant provoquera la chute et le relèvement de beaucoup (…). Et toi, ton âme sera traversée d’un glaive. » Luc 2,34-35

Marie est sur le bord du chemin. Elle redonne du courage à Jésus et l’accompagne jusqu’au bout. Leurs regards pleins d’amour se rencontrent. Elle est là, tout simplement, elle l’aide de la force de son amour. Pauvre Marie, son cœur est transpercé de chagrin mais elle garde l’espérance: elle sait bien, elle, qu’il est le Fils de Dieu.

Seigneur Jésus, je te prie pour tous les enfants du monde qui souffrent dans leur chair ou dans leur cœur et qui n’ont pas de maman près d’eux pour les consoler. Que ta mère la Vierge Marie leur donne sa tendresse.

Jezus ontmoet Maria zijn moeder

Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: « Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. (…) en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Lucas 2:34-35

Maria staat aan de kant van de weg. Zij geeft Jezus moed en begeleidt hem tot het einde. Hun liefdevolle ogen ontmoeten elkaar. Ze is er gewoon, helpt hem met de kracht van haar liefde. Arme Maria, haar hart is door smart doorboord, maar zij houdt hoop: zij weet dat Hij de Zoon van God is.

Heer Jezus, ik bid u voor alle kinderen van de wereld die geen moeder in hun nabijheid hebben om hen te troosten. Moge uw moeder, de Maagd Maria, hen tederheid schenken.

5e STATION – 5e STATIE

Simon de Cyrène aide Jésus à porter sa croix

Ils prirent un certain Simon de Cyrène, qui revenait des chams, et ils le chargèrent de la croix pour qu’il la porte derrière Jésus. Luc 23,26

Simon n’a pas le choix: il est réquisitionné pour aider Jésus. Mais il a bon cœur et il est touché par sa souffrance. Il l’aide autant par la force de ses bras que par celle de sa compassion. Comme lui, nous pouvons aider les autres à porter leurs « croix », nous pouvons alléger leurs peines et être attentifs à leurs détresses.

Seigneur Jésus, as-tu besoin de moi pour porter ta croix? Rends-moi attentif à la détresse de ceux qui m’entourent. Quand je les aide, c’est toi que j’aide.

Simon van Cyrene helpt Jezus zijn kruis te dragen

Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen. Lucas 23:26

Simon heeft geen keus: hij wordt gevorderd om Jezus te helpen. Maar hij heeft een goed hart en is geraakt door zijn lijden. Hij helpt hem met de kracht van zijn armen evenzeer als met de kracht van zijn medeleven. Net als hij kunnen wij anderen helpen hun  » kruis » te dragen, wij kunnen hun pijn verlichten en aandacht hebben voor hun leed.

Heer Jezus, heeft u mij nodig om uw kruis te dragen? Maak mij attent op het leed van hen om mij heen. Als ik hen help, dan help ik u.

6e STATION – 6e STATIE

Véronique essuie le visage de Jésus

Il était sans apparence ni beauté qui attire nos regards (…). Méprisé, abandonné des hommes, homme de douleurs, (…) il était pareil à celui devant qui on se voile la face. Isaïe 53,2-3

Comme il est beau, le visage de Véronique… Comme elle est légère, sa main qui essuie le visage de Jésus… Comme il est doux, son regard… Jésus s’arrête un instant sur ce geste plein de bonté et de compassion. Et voici que son visage marqué par tant de plaies et de fatigue s’imprime sur le linge qu’elle passe sur son front. O Jésus? Imprime-toi dans mon cœur pour que j’essaie de te ressembler.

Comme Véronique qui essuie ton visage, par mon amour je peux soulager ceux qui souffrent. O Jésus, je te prie pour les malades, les personnes âgées, les personnes seuls et les abandonnées, pour tous ceux qui sont tristes et que je voudrais consoler.

Veronica veegt Jezus’ gezicht af

Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht door mensen (…) een man die zijn gelaat voor ons verborg. Jesaja 53:2-3

Hoe mooi is het gezicht van Veronica… Hoe zacht is haar hand die het gezicht van Jezus afveegt… Hoe lief is haar blik… Jezus staat even stil bij dit gebaar vol vriendelijkheid en mededogen. En nu is zijn gezicht, getekend door zovele wonden en vermoeidheid, gedrukt op de doek die ze over zijn voorhoofd haalt. O Jezus, prent uzelf in mijn hart, zodat ik kan proberen als u te zijn.

Zoals Veronica die uw gezicht afveegt, kan ik door mijn liefde de mensen die lijden verlichten. O Jezus, ik bid u voor de zieken, de ouderen, de eenzamen, voor allen die bedroefd zijn en die ik zou willen troosten.

7e STATION – 7e STATIE

Jésus tombe pour la deuxième fois

Maltraité, il s’humilie, il n’ouvre pas la bouche: comme un agneau conduit à l’abattoir. Isaïe 53,7

Tant de gens suivent Jésus, a-t-il été bousculé par la foule? Le chemin est si mauvais, a-t-il trébuché contre une pierre? Il tombe, épuisé. La foule frémit et les soldats s’impatientent. Lentement il se relève et il repart. Nos faiblesses, nos mauvaises habitudes nous font souvent tomber. C’est la force de Jésus qui nous relève.

Même lorsque je prends de bonnes résolutions, j’ai du mal à m’y tenir! Ô Jésus, apprends-moi à ne pas me décourager, à accepter humblement mes chutes. Donne-moi ta patience et ta force.

Jezus valt voor de tweede keer

Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid. Jesaja 53:7

Zoveel mensen volgen Jezus, werd hij verdrongen door de menigte? Het pad is zo slecht, is hij over een steen gestruikeld? Hij viel neer, uitgeput. De menigte huivert en de soldaten worden ongeduldig. Langzaam, staat hij op en vertrekt weer. Onze zwakheden, onze slechte gewoonten doen ons vaak vallen. Het is de kracht van Jezus die ons optilt.

Zelfs als ik goede voornemens maak, vind ik het moeilijk om me eraan te houden! O Jezus, leer mij niet ontmoedigd te zijn, mijn mislukkingen nederig te aanvaarden. Geef mij uw kracht.

8e STATION – 8e STATIE

Jésus rencontre les femmes de Jérusalem

Jésus leur dit: « Filles de Jérusalem, ne pleurez pas sur moi! Pleurez sur vous-mêmes et sur vos enfants! » Luc 23,28

Sur le chemin, des femmes pleurent et se lamentent. Elles sont saisies de pitié en le voyant passer, épuisé. Jésus, oubliant sa souffrance, sort de son silence pour les inciter à voir leur propre misère, à ouvrir leur cœur et à changer leur vie. Il nous propose, nous aussi, de convertir notre cœur, nos pensées, nos paroles et nos actions.

Tu le sais, Seigneur, je vois bien plus facilement les défauts des autres que les miens! Apprends-moi à reconnaître mes péchés et à te suivre sur le chemin du pardon. Aide-moi à sortir de mon égoïsme et à ouvrir mon cœur.

Jezus ontmoet de vrouwen van Jeruzalem

Jezus keerde zich echter naar hen om en zei: « Dochters van Jeruzalem, huil niet om mij! Huil liever om jezelf en je kinderen! » Lucas 23:28

Onderweg huilen en klagen vrouwen. Zij waren met medelijden bewogen toen zij hem uitgeput voorbij zagen komen. Jezus, die zijn lijden vergeet, komt uit zijn stilte te voorschijn om hen aan te moedigen hun eigen ellende te zien, hun hart te openen en hun leven te veranderen. Hij stelt voor dat ook wij ons hart, onze gedachten, onze woorden en onze daden bekeren.

U weet, Heer, dat ik de fouten van anderen veel gemakkelijker zie dan mijn eigen fouten! Leer mij mijn zonden te erkennen en u te volgen op het pad van vergeving. Help me om uit mijn egoïsme te komen en mijn hart te openen.

9e STATION – 9e STATIE

Jésus tombe pour la troisième fois

Amen, amen, je vous le dis : si le grain de blé tombé en terre ne meurt pas, il reste seul ; mais s’il meurt, il porte beaucoup de fruits. Jean 12,24

Trois fois, Pierre l’a renié; trois fois, Jésus lui donnera sa bénédiction. Trois fois, Jésus tombe sous le poids de la croix; trois fois, il se remet debout. Ses forces l’abandonnent mais pas sa volonté. Quelle leçon de courage il nous donne! Par amour pour nous, il ira jusqu’au bout du chemin. Trois jours plus tard, il ressuscitera…

Malgré mes chutes et mes rechutes, je sais Seigneur Jésus que tu m’aimes toujours. Merci Jésus, de me relever et de me donner la joie de ton pardon par le sacrement de Réconciliation.

Jezus valt voor de derde keer

Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het een graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Johannes 12:24

Drie keer verloochende Petrus hem, drie keer zal Jezus hem zijn zegen geven. Drie keer valt Jezus onder het gewicht van het kruis; drie keer komt hij weer overeind. Zijn kracht laat hem in de steek, maar niet zijn wil. Wat een les in moed geeft hij ons! Uit liefde voor ons, zal hij naar het einde van de weg gaan. Drie dagen later, zal hij herrijzen…

Ondanks mijn vallen en mijn terugvallen, weet ik, Jezus dat u nog steeds van mij houdt. Dank u, dat u mij hebt opgericht en mij de vreugde van uw vergeving hebt geschonken door het sacrament van verzoening.

10e STATION – 10e STATIE

Jésus est dépouillé de ses vêtements

Quand les soldats eurent crucifié Jésus, ils prirent ses habits ; ils en firent quatre parts, une pour chaque soldat. Jean 19,23

Tous ces gens qui crient, qui le bousculent, leurs visages sont moqueurs, leurs paroles méprisantes, leurs cœurs fermées. Jésus est mis à nu, humilié. Il ne se plaint pas, ne se défend pas. Malgré leurs offenses et leurs insultes, il continue de les aimer. Il est resplendissant de dignité.

Tu nous as créés, Seigneur, à ton image et à ta ressemblance. Tant d’hommes sont offensés, bafoués, outragés… Toi, Jésus, parce que tu les aimes, tu reconnais leur dignité. Apprends-moi à regarder avec amour les pauvres que je rencontre.

Jezus is van zijn kleren ontdaan.

Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Johannes 19:23

Al deze mensen schreeuwen, verdringen hem, hun gezichten spottend, hun woorden minachtend, hun harten gesloten. Jezus is ontmaskerd, vernederd. Hij klaagt niet en verdedigt zich niet. Ondanks hun aanvallen en beledigingen, blijft hij van hen houden. Hij straalt van waardigheid.

U hebt ons geschapen, Heer, naar uw beeld en gelijkenis. Zoveel mensen zijn gekrenkt, geminacht, beledigd… U, Jezus, omdat u van hen houdt, erkent u hun waardigheid. Leer mij om met liefde te kijken naar de arme mensen die ik ontmoet.

11e STATION – 11e STATIE

Jésus est cloué sur la croix

Jésus, voyant sa mère, et près d’elle le disciple qu’il aimait, dit à sa mère : « Femmes, voici ton fils. » Puis il dit au disciple: « Voici ta mère. » Jean 19,26-27

Vois, Marie est toujours là, près de Jésus, elle ne l’abandonne pas. Vois, les pieds de Jésus sont transpercés. Et si tu lui prêtais les tiens pour aller annoncer l’Évangile? Vois, ses mains sont abîmées. Et si tu lui prêtais les tiennes pour servir tes frères? Vois, les bras de Jésus sont ouverts. Et si tu les laissais se refermer sur toi?

Oui, Seigneur Jésus, je reçois Marie comme ma propre Mère. Avec elle je me tiens au pied de la Croix, avec elle je prie pour que ton amour atteigne tous les hommes.

Jezus is aan het kruis genageld

Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: « Dat is uw zoon, » en daarna tegen de leerling:  » Dat is je moeder. » Johannes 19:26-27

Zie je, Maria is er altijd, dicht bij Jezus, ze laat hem niet in de steek. Zie je, Jezus’ voeten zijn doorboord. Wat als je hem de jouwe leende om het Evangelie te verkondigen? Kijk, zijn handen zijn beschadigd. Wat als je hem de jouwe leende om je broeders te dienen? Zie je, Jezus’ armen zijn open. Wat als je ze om je heen zou laten sluiten?

Ja, Heer Jezus, ik ontvang Maria als mijn eigen moeder. Met haar sta ik aan de voet van het kruis, met haar bid ik dat uw liefde alle mensen mag bereiken.

12e STATION – 12e STATIE

Jésus meurt sur la croix

Lorsqu’ils furent arrivés au lieu-dit ‘Le Calvaire’, là ils crucifièrent Jésus (…). Jésus disait:  » Père, pardonne-leur: ils ne savent pas ce qu’ils font. » Luc 23, 33-34

Écoute la foule qui s’agite au pied de la croix. Malgré les cris, Jésus parle à son Père. Écoute sa prière. Il fait appel à sa miséricorde car, lui, a déjà pardonné à ceux qui le tuent. À la brutalité, il répond par la douceur. À la haine, il répond par l’amour. Écoute le cri de Jésus au moment de sa mort ; c’est un cri de souffrance, c’est aussi un cri d’amour.

Seigneur Jésus, à l’heure de ta mort, tes bras sont grands ouverts pour nous accueillir et nous offrir ton pardon. Apprends-moi, ô Jésus, à pardonner comme tu me pardonnes.

Jezus sterft aan het kruis

Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. Jezus zei: « Vader vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen. » Lucas 23:33-34

Luister naar de menigte aan de voet van het kruis. Ondanks het geschreeuw, spreekt Jezus tot zijn Vader. Luister naar zijn gebed. Hij doet een beroep op zijn barmhartigheid omdat hij degenen die hem doden al vergeven heeft. Op wreedheid antwoordt hij met zachtheid. Op haat, reageert hij met liefde. Luister naar de kreet van Jezus op het moment van zijn dood; het is een kreet van lijden, het is ook een kreet van liefde.

Heer Jezus, in het uur van uw dood zijn uw armen wijd open om ons te ontvangen en ons vergeving te bieden. Leer mij, o Jezus, te vergeven zoals u mij vergeeft.

13e STATION – 13e STATIE

Jésus est descendu de la croix

Comme il se faisait tard, arriva un homme riche, originaire s’Arimathie, qui s’appelait Joseph, et qui était devenu, lui aussi, disciple de Jésus. Il alla trouver Pilate pour demander le corps de Jésus. Alors Pilate ordonna qu’on le lui remette. Matthieu 27,57-58

Tout le monde est parti. Marie est encore là avec Jean et quelques autres. Voici Joseph d’Arimathie, un ami de Jésus. Le cœur serré mais plein de respect, il descend Jésus de la croix et le dépose entre les bras de Marie qui l’embrasse une dernière fois. Elle prie, comme son fils le lui a appris. Elle pleure, elle prie, elle nous aime.

Ô Marie, quand tu reçois le corps de Jésus, ta douleur est infinie mais il te laisse sa paix. C’est ta paix, Jésus, qui m’habite quand je prie. Désormais, je veux vivre, moi aussi, de cette paix.

Jezus kwam van het kruis.

Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man uit Arimatea. Hij heette Jozef en was ook een leerling van Jezus geworden. Hij melde zich bij Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. Mattheüs 27:57-58

Iedereen is vertrokken. Maria is daar nog met Johannes en enkele anderen. Hier is Jozef van Arimatea, een vriend van Jezus. Met een bezwaard hart, maarvol eerbied, haalt hij Jezus van het kruis en legt hem in de armen van Maria, die hem een laatste kus geeft. Maria bidt, zoals haar zoon het haar heeft geleerd. Ze huilt, ze bidt, ze houdt van ons.

O Maria, als u het lichaam van Jezus ontvangt, is uw pijn oneindig, maar hij laat u zijn vrede na. Het is uw vrede, Jezus, die in mij woont als ik bid. Van nu af aan, wil ik ook in deze vrede leven.

14e STATION – 14e STATIE

Jésus est mis au tombeau

Prenant le corps, Joseph l’enveloppa dans un linceul immaculé, et le le déposa dans le tombeau (…). Puis il roula une grande pierre à l’entrée du tombeau et s’en alla. Matthieu 27,59-60

Quel silence soudain ! Quel vide aussi… On ne vit plus Jésus, on ne l’entend plus, on ne peut plus le toucher ni lui parler. Tout semble perdu. Chacun est parti vaquer à ses occupations. Marie veille et prie devant le tombeau devenu tabernacle. Le corps de Jésus y repose. Par l’Eucharistie, il viendra renouveler nos cœurs.

C’est dans le silence, o Jésus, que tu te révèles. C’est dans l’Eucharistie, o Jésus, que tu te donnes à moi. Quand je vois une hostie, c’est toi que je contemple.

Jezus wordt in het graf gelegd

Jozef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf. (…). Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Mattheüs 27:59-60

Wat een plotselinge stilte! Wat een leegte ook… We zien Jezus niet meer, we horen hem niet meer, we kunnen hem niet meer aanraken of spreken. Alles lijkt verloren. Iedereen is teruggegaan naar hun eigen bezigheden. Maria kijkt en bidt voor het graf dat een tabernakel is geworden. Heet lichaam van Jezus rust daar. Door de Eucharistie zal hij komen om onze harten te vernieuwen.

Het is in stilte, o Jezus, dat u zich openbaart. Het is in de Eucharistie, o Jezus, dat u zich aan mij geeft. Als ik een hostie zie, bent u het waar ik aan denk.

15e STATION – 15e STATIE

Jésus est ressuscité

L’ange prit la parole et dit aux femmes : « Vous, soyez sans crainte ! Je sais que vous cherchez Jésus le Crucifié. Il n’est pas ici, car il est ressuscité, comme il l’avait dit. » Matthieu 28, 5-6

Qu’il fait bon en ce matin de Pâques ! En ce jour de printemps la nature renaît. La lueur du soleil éclaire les femmes qui montent au tombeau. Mais, stupeur ! Le tombeau est vide! Un ange les rassure. Vite, elles courent prévenir les apôtres: « Il est vivant! » Avec Jésus, sortons de nos tombeaux ! Laissons là notre égoïsme, nos rancunes, nos tristesses. Avec lui nous sommes appelés à la Résurrection, alléluia!

Fais de moi, o Jésus, un témoin de ton amour. Que la lumière de ta résurrection illumine mon cœur, qu’elle brille dans mes yeux, qu’elle éclate en tout ce que je fais, en tout ce que je dis.

Jezus is opgestaan

De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: « Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde zoeken. Hij is hier niet , hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. » Mattheüs 28:5-6

Wat is het mooi op deze Paasmorgen! Op deze lentedag, is de natuur herboren. De gloed van de zon verlicht de vrouwen die naar het graf gaan. Maar, verbijstering! Het graf is leeg! Een engel stelt hen gerust. Vlug rennen zij naar de apostelen om te zeggen: « Hij leeft. » Met Jezus, laten we uit onze graven komen! Laat ons ons egoïsme, onze wrok, onze droefheid achterlaten. Met hem zijn wij geroepen tot de verrijzenis, Halleluja!

Maak mij, o Jezus, een getuige van uw liefde. Laat het licht van uw verrijzenis mijn hart verlichten, laat het schijnen in mijn ogen, laat het schitteren in alles wat ik doe, in alles wat ik zeg!